Sparen of beleggen: wanneer heeft wat zin?

Sparen is voor geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt en dat zeker moet blijven staan. Beleggen is voor geld dat je jaren kan missen en dat tussendoor mag dalen. Het verschil zit niet in slim of dom, maar in termijn en zekerheid.

Sparen: je weet altijd wat er staat

Op een spaarrekening blijft je geld staan en komt er een beperkte rente bij. Het bedrag kan niet dalen. Het nadeel is even echt. Stijgen de prijzen sneller dan je rente, dan verliest je spaargeld stilaan koopkracht zonder dat je het ziet gebeuren.

Je spaargeld is beschermd. Je beleggingen niet.

Gaat je bank failliet, dan zijn je deposito’s beschermd tot 100.000 euro per persoon en per instelling. Dat geldt voor je zichtrekening, je spaarrekening en je termijnrekening samen en de uitbetaling gebeurt normaal binnen tien werkdagen.

Aandelen, fondsen en obligaties vallen niet onder die 100.000 euro. Er bestaat wel een aparte, veel kleinere bescherming voor het geval je bank je effecten niet kan teruggeven, maar niets beschermt je tegen koersverlies.

Dat is het echte verschil tussen de twee. Bij sparen draag je het risico dat je koopkracht stil wegsmelt. Bij beleggen draag je het risico dat je bedrag daalt.

Wat de fiscus van je spaarrente pakt

Op een gereglementeerde spaarrekening is een eerste schijf rente per jaar vrijgesteld van belasting. Wat daarboven komt, wordt belast aan 15% roerende voorheffing.

Op een niet-gereglementeerde rekening of een termijnrekening geldt die vrijstelling niet en betaal je 30% op de volledige rente. Een rekening die 1% belooft, levert dan effectief 0,70% op.

En de val waar mensen in trappen… die vrijstelling geldt per persoon, niet per rekening. Je moet de rente van al je spaarrekeningen samen optellen. De bank kijkt alleen naar haar eigen rekening; jij bent verantwoordelijk voor het totaal in je aangifte.

Beleggen: langer en met een dip onderweg

Beleggen betekent dat je een stukje koopt van bedrijven, van een fonds of van een lening aan een overheid. Over lange periodes leverde dat historisch meer op dan sparen, maar tussendoor kan de waarde flink zakken. Wie op een slecht moment moet verkopen, verliest echt geld. Daarom is de vraag “hoelang kan ik dit missen?” belangrijker dan de vraag “hoeveel brengt het op?”.

De volgorde:

  1. Werk eerst je schulden weg. Een openstaande kredietkaartschuld staat hier bovenaan. Geen enkele belegging haalt betrouwbaar het rentepercentage dat je daarop betaalt.

  2. Dan een buffer op een spaarrekening. De algemene regel spreekt van een reserve van drie tot zes keer je maandelijkse netto-inkomen.

  3. Pas daarna kan je nadenken over beleggen, met geld dat je jaren kan missen.

Wie mag jou advies geven?

Beleggingsadvies geven is in België een gereglementeerde activiteit onder toezicht van de FSMA. Een influencer die je een platform aanraadt en er commissie op krijgt, is geen adviseur. Een vriend die “al maanden winst maakt” ook niet.

Voor je ergens geld op stort: controleer of de aanbieder een vergunning heeft en kijk de waarschuwingslijst van de FSMA na. Dat kost je twee minuten.

Opgelet voor ‘red flags’!

  • Een gegarandeerd of risicoloos hoog rendement. Dat bestaat niet.

  • Druk om snel te beslissen, of een aanbod dat vandaag afloopt.

  • Contact dat alleen via WhatsApp, Telegram of een chatgroep verloopt.

  • Iemand die je online leerde kennen en die je na weken vriendschap over beleggen begint.

  • Geld dat je alleen kan storten en niet zonder gedoe kan terughalen.

Wat kan jij vandaag doen?
  • Zorg eerst voor een buffer voor je aan beleggen denkt.
  • Tel de rente van al je spaarrekeningen samen op voor je aangifte, ook die bij een andere bank.
  • Check elke aanbieder op de vergunningslijsten en de waarschuwingslijst van de FSMA vóór je stort.
  • Vraag altijd naar de lopende kosten in procent per jaar, niet naar de instapkost alleen.
  • Beleg nooit geld waarvan je nu al weet dat je het binnen drie jaar nodig hebt.
Tip
Meerdere spaarrekeningen openen om meerdere keren de vrijstelling te krijgen, werkt niet. De vrijstelling geldt per belastingplichtige, niet per rekening en dat optellen is jouw verantwoordelijkheid, niet die van de bank.

Bronnen: Garantiefonds (FOD Financiën) · Wikifin (FSMA)

Vorige
Vorige

Moet je een belastingaangifte doen als je pas begint te werken?

Volgende
Volgende

Wat is een spaarbuffer, en hoeveel moet erop staan?